X

IS EEN DNA-TEST IETS VOOR MIJ?

5 sterren in Apple en Google store

Carbamazepine (Aziaten)

Carbamazepine is een anti-epilepticum uit de groep van de zogeheten natriumkanaalblokkers. Het middel brengt overprikkelde zenuwen in de hersenen tot rust door de informatieoverdracht via de zenuwen te beïnvloeden. Carbamazepine wordt voorgeschreven bij epilepsie, manische depressiviteit, zenuwpijn, waterdiabetes en alcoholontwenning. De kans op bijwerkingen als gevolg van een behandeling met carbamazepine, varieert per individu.

Carbamazepine en het nut van DNA-analyse

De kans op bijwerkingen als gevolg van een behandeling met carbamazepine, varieert per individu. Als gevolg hiervan zijn de effectiviteit en bijwerkingen van carbamazepine deels te voorspellen op basis van je genen. Preventieve DNA-analyse kan daarom een belangrijk hulpmiddel zijn bij het optimaliseren van je medicatie.

Carbamazepine en de genen HLA-A*3101 en HLA-B*1502

Genetische verschillen kunnen er toe leiden dat je lichaam sommige eiwitten niet of in een afwijkende samenstelling aanmaakt, met als mogelijk gevolg een veranderde functionaliteit in de verwerking van geneesmiddelen.

Zo is bekend dat mutaties in het HLA-A*3101 gen mede verantwoordelijk kunnen zijn voor een overgevoeligheidsreactie op de behandeling met carbamazepine. Bij zogeheten HLA-A*3101 positiviteit is de kans op (veelal milde) bijwerkingen aanzienlijk verhoogd.

Ook mutaties in het HLA-B*1502 gen kunnen zorgen voor een verhoogde kans op bijwerkingen, die veelal ernstiger zijn dan de bijwerkingen tengevolge van HLA-A*3101 positiviteit. Informatie over jouw genetische aanleg kan daarom reden zijn voor extra waakzaamheid met betrekking tot een behandeling met carbamazepine.

Mogelijke bijwerkingen

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid en braken. Zeer zelden buikpijn, diarree of verstopping. Misselijkheid kunt u voorkomen door het medicijn met wat voedsel in te nemen.
  • Slaperigheid, vermoeidheid en duizeligheid. Zelden sufheid. Als u geen hoge dosering gebruikt, gaat de slaperigheid meestal over als u een week lang dezelfde dosering gebruikt. Uw lichaam went er dan aan. Maar zolang de dosering nog wordt opgebouwd, kunt u last hebben van deze bijwerking.
    Voorkom ongelukken bij activiteiten thuis, op het werk en in het verkeer. Bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert.
  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan huiduitslag, galbulten en jeuk. Raadpleeg dan uw arts. Er zijn ook ernstiger vormen van overgevoeligheid, zie hiervoor onder Zeer zelden.
  • Bewegingsstoornissen, zoals een onzekere gang bij het lopen, evenwichtsproblemen, neiging tot vallen. Zelden abnormale bewegingen van tong en mond, zoals smakken, zuigen of kauwen, grimassen en tics van het gezicht. Verder buigen en strekken van vingers en tenen, zwaai- en draaibewegingen van schouders en bekken. Deze bijwerkingen komen vaker voor bij ouderen of bij een hoge dosering.
  • Minder witte bloedcellen.Waarschuw uw arts bij infecties die niet overgaan, koorts, keelpijn en blaasjes in de mond. Uw arts zal uw bloed regelmatig controleren.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Hoofdpijn.
  • Droge mond.Zeer zelden ontsteking van de mond of tong, verstoorde smaak. Door een droge mond ontstaan sneller gaatjes in uw gebit en ontstekingen van het slijmvlies van de mondholte. Poets of flos daarom extra goed als u merkt dat u last heeft van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker uw gebit controleren.
  • Dubbelzien, wazig zien en pijn in of rond het oog en andere problemen met zien.
  • Vasthouden van vocht (oedeem). U merkt dit aan opgezwollen enkels en onderbenen. Raadpleeg uw arts als u hier last van heeft.
  • Toename van gewicht.
  • Tekort aan natrium in het bloed. U merkt dat soms aan plotselinge, hevige vermoeidheid, sufheid, verminderde eetlust, braken en diarree. Waarschuw dan uw arts.
  • Minder bloedplaatjes in het bloed.Raadpleeg uw arts bij blauwe plekken of bloedneuzen.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Trillende handen.
  • Minder eetlust.
  • Psychische klachten, zoals depressieve gevoelens, prikkelbaarheid, rusteloosheid, nervositeit, opgewonden gevoel, hallucinaties, agressie of zelfmoordgedachten. Overleg met uw arts, als u dit merkt.
    Een psychose komt vaker voor bij ouderen of een hoge dosering.
  • Problemen met geheugen, moeite met praten.
  • Gehoorstoornissen, oorsuizen, overgevoeligheid voor geluiden.
  • Doof of tintelend gevoel in handen of voeten, pijn in armen en benen, spierpijn, spierkramp, slappe spieren, pijn in gewrichten.
  • Jeuk, acne (vettige huid met puistjes), huidverkleuringen, zweten en haaruitval. Vrouwen kunnen in zeldzame gevallen juist meer haargroei krijgen op ongewenste plekken, zoals gezicht, armen en benen.
    Jeuk kan wijzen op overgevoeligheid (zie onder Soms: Overgevoeligheid). Raadpleeg dan uw arts.
  • Overgevoeligheid voor zonlicht (UV-lamp, zonnebank). Hierdoor krijgt u eerder zonnebrand. Blijf uit de zon, smeer een zonnebrandmiddel met hoge beschermingsfactor en ga niet onder de zonnebank.
  • Te lage of te hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, aderontsteking en verstopping van een bloedvat door een bloedstolsel. Hierdoor kunnen hart- en vaatziekten verergeren. Door een te lage bloeddruk kunt u flauwvallen. Ook kunt u pijn op de borst krijgen. Waarschuw dan een arts.
    Mensen met het Brugada-syndroom, een erfelijke hartaandoening, hebben mogelijk een grotere kans op hartritmestoornissen. Overleg met uw arts. Mogelijk kunt u overstappen op een ander middel. Als u dit medicijn toch moet gebruiken, zal uw arts u extra controleren.
  • Minder rode bloedcellen (bloedarmoede).Raadpleeg uw arts bij extreme vermoeidheid en een bleke huid en slijmvliezen.
  • Moeilijk kunnen plassen of vaak moeten plassen. Mensen die al problemen hebben om te plassen kunnen meer klachten krijgen. Raadpleeg uw arts als u dit merkt.
  • Borstvorming (bij mannen) en melkafscheiding.
  • Impotentie.
  • Verminderde werking van de nieren, ontsteking van de nieren. Als u minder gaat plassen, donkere urine plast of pijn in de rug of zij krijgt, moet u uw arts waarschuwen.
  • Ontsteking van de lever of alvleesklier, galstuwingBijplotselinge hevige pijn in bovenbuik, misselijkheid en een gele kleur van huid of oogwit moet u een arts waarschuwen.
  • Als u acute porfyrie heeft, een stofwisselingsziekte waarbij men aanvallen krijgt van buikpijn, braken, koorts en hartkloppingen: dit medicijn kan een aanval uitlokken. Geef aan de apotheker door dat u acute porfyrie heeft. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn of andere uitlokkende medicijnen niet krijgt.
  • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts.
  • Ernstige overgevoeligheid voor dit medicijn. Hierbij kunt u benauwd of duizelig worden, flauwvallen of koorts krijgen. Of u kunt zwellingen krijgen in het gezicht, de lippen, mond en keel. U kunt hierbij erg benauwd worden.
    In zeer zeldzame gevallen kan een ernstige huidaandoening ontstaan met blaarvorming. De blaren ontstaan met name op de lippen en op de slijmvliezen van de mond en geslachtsdelen. Ook kunt u rode of paarse bulten krijgen met opgezwollen klieren en een grieperig gevoel. In al deze gevallen moet u onmiddellijk een arts waarschuwen of naar de Eerste-Hulpdienst gaan.
    Als u overgevoeligbent voor carbamazepine, mag u het niet meer gebruiken. Geef dit aan de apotheker door. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn of erop lijkende medicijnen niet opnieuw krijgt.
  • Na langdurig gebruik:botontkalking (osteoporose) en dunner en brozer worden van de botten. Hierdoor kunt u eerder een bot breken.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Kinderen

Over bijwerkingen bij kinderen is minder bekend dan bij volwassenen. Waarschijnlijk kunnen de bijwerkingen die bij volwassenen gemeld zijn, ook voorkomen bij kinderen.

Om de kans op bijwerkingen aan het begin van de behandeling te verkleinen, moet uw kind starten met een lage dosering. De dosering wordt daarna geleidelijk opgebouwd.
Bijwerkingen waarvan bekend is dat ze bij kinderen kunnen voorkomen, zijn:

  • Hoofdpijn, sufheid, slaperigheid, duizeligheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij oplettendheid nodig is, zoals tijdens het fietsen, spelen, leren of op school. Slaperigheid en sufheid gaan meestal over als uw kind een week lang dezelfde dosering gebruikt. Het lichaam went er dan aan. Maar zolang de dosering nog wordt opgebouwd, kan uw kind last hebben van deze bijwerking.
  • Misselijkheid en braken. U kunt misselijkheid voorkomen door uw kind het medicijn met wat voedsel te geven. Zeer zelden komen ook andere maagdarmklachten voor, zoals buikpijn, verstopping of diarree.
  • Huiduitslag. Het is niet bekend hoe vaak deze bijwerking voorkomt. Raadpleeg de arts bij huiduitslag, omdat het kan wijzen op overgevoeligheid.
  • Juist toename van epileptische aanvallen, waarbij uw kind enkele seconden afwezig is of juist last krijgt van spiertrekkingen. Neem dan direct contact op met de arts. Het is niet bekend hoe vaak dit voorkomt.