X

IS EEN DNA-TEST IETS VOOR MIJ?

5 sterren in Apple en Google store

Risperidon

Risperidon is een antipsychoticum dat behoort tot de zogeheten atypische antipsychotica. De werkzaamheid van deze groep antipsychotica berust voornamelijk op het verminderen van de effecten van natuurlijk voorkomende stoffen in de hersenen zoals dopamine en serotonine. Risperidon wordt voorgeschreven bij psychose, schizofrenie, manie, ernstige depressie, dementie, onrust, tics, dwangstoornissen en posttraumatische stressstoornis.

Risperidon en het nut van DNA-analyse

De snelheid waarmee risperidon in je lichaam wordt verwerkt, varieert per individu. Als gevolg hiervan zijn de effectiviteit en bijwerkingen van risperidon deels te voorspellen op basis van je genen. Preventieve DNA-analyse kan daarom een belangrijk hulpmiddel zijn bij het optimaliseren van je medicatie.

Risperidon en het enzym CYP2D6

Risperidon wordt in belangrijke mate verwerkt door het enzym CYP2D6. Afhankelijk van je genetische aanleg kan de activiteit van dit enzym behoorlijk variëren, waardoor ook de werkzaamheid van risperidon en de kans op bijwerkingen van persoon tot persoon kunnen verschillen.

Informatie over jouw genetische aanleg kan daarom reden zijn voor extra waakzaamheid met betrekking tot een behandeling met risperidon.

Meer lezen over CYP2D6-enzym »

Mogelijke bijwerkingen

Regelmatig (bij meer dan 30 op de 100 mensen)

  • Seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen en moeilijker een erectie krijgen.
  • HoofdpijnRaadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Duizeligheid of zwart voor de ogen, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn 's avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.
  • Bewegingsstoornissen. De bijwerkingen kunnen lijken op de verschijnselen van de ziekte van Parkinson: stijve spieren, beven, moeite met lopen of praten, rusteloosheid en plotselinge spiertrekkingen. Waarschuw bij deze verschijnselen uw arts. Ouderen, mensen met de ziekte van Parkinson en mensen die al bewegingsstoornissen hebben zijn extra gevoelig voor deze bijwerkingOverleg met uw arts. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
    Als u dit medicijn langdurig (meerdere maanden) gebruikt, kunt u een ander soort bewegingsstoornissen krijgen die lijken op tics. Zoals vreemde bewegingen van tong en mond, zoals smakken, zuigen of kauwen, en vreemde gezichtsuitdrukkingen. Verder buigen en strekken van vingers en tenen, zwaai- en draaibewegingen van schouders en bekken. Waarschuw uw arts als u last krijgt van deze tics. Na stoppen nemen de bijwerkingen vaak na verloop van tijd af.
  • Pijnlijke borsten of melkafscheiding uit de borsten. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft. Als het optreedt, is dat meestal aan het begin van het gebruik of na een verhoging van de dosering.
  • Sufheid, slaperigheid, wazig zien en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u 's nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.
  • Slapeloosheid, opwinding en angstig gevoel.
  • Afvlakking van het gevoelsleven, verlies van initiatief en activiteit, neerslachtigheid, gevoel opgesloten te zitten en een gevoel van leegte.
  • Gewichtstoename, door meer eetlust en een veranderde stofwisseling. Raadpleeg uw arts of een diëtist als u hier veel last van heeft.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, braken, diarree, verstopping en buikpijn. Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Meestal helpt het als u het medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na enige dagen last van houden, neem dan contact op met uw arts.
  • Droge mond, keelpijn, verstopte neus en slikklachten. Als u veel last heeft van een droge mond kunt u de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes.
  • Speekselvloed (kwijlen) is ook mogelijk. Vaak houden de droge mond en de speekselvloed elkaar in evenwicht en heeft u er geen last van.
  • Droge ogen, doordat u minder traanvocht aanmaakt. Vooral mensen met contactlenzen hebben hier snel last van. Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit medicijn vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond.
  • Vermoeidheid, slapte en draaierigheid.
  • Huiduitslag en jeuk. Dit kan komen door overgevoeligheid voor risperidon, maar dat hoeft niet.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Te veel glucose (suiker) in het bloed. Raadpleeg uw arts als u ongewoon veel dorst heeft en veel moet plassen. Als u diabetes heeft, is het belangrijk vaker uw bloedglucose te controleren, omdat dit medicijn de hoeveelheid glucose in het bloed kan verhogen.
  • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste twee weken van het gebruik of binnen twee weken na een verhoging van de dosering.
  • Bloedarmoede, een verhoogde kans op infecties en een verhoogde kans op bloedingen, zoals bloedneuzen. Deze bijwerkingen kunnen ontstaan als het lichaam minder rode en witte bloedcellen en minder bloedplaatjes aanmaakt. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts.
  • Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite heeft met plassen door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt.
  • Onregelmatige menstruatie of wegblijven van de menstruatie. Dit kan geen kwaad. Na stoppen met het medicijn komt de menstruatie weer op gang. Als u het erg vervelend vindt, raadpleeg dan uw arts.
  • Borstvorming (bij mannen) en melkafscheiding. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
  • Bij mensen met epilepsie kan een aanval worden uitgelokt. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebruiken.
  • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). Dit vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte. De verschijnselen van trombose kunnen zijn: pijnlijke zwelling van het been of plotselinge kortademigheid. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts. Mensen die al eerder trombose hebben gehad of die medicijnen gebruiken tegen trombose hebben hier meer kans op.
  • Hartkloppingen of onregelmatige hartslag. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Zeer zelden kans op ernstige hartritmestoornissen.
    Dit is vooral van belang voor mensen met de aangeboren hartritmestoornis 'verlengde QT-interval'. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft.
  • Slaapwandelen. Het is mogelijk dat u tijdens het slaapwandelen nachtelijke eetbuien krijgt.
  • Toename van het cholesterol in het bloed. Dit is vooral van belang voor mensen met een erfelijk verhoogd cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten of diabetes (suikerziekte). Zij moeten hier extra op worden gecontroleerd. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebruiken.
  • Overgevoeligheid voor risperidon. U kunt dan huiduitslag, galbulten of jeuk krijgen. In zeer zeldzame gevallen kunt u flauwvallen en bewusteloos raken. Ook is 'angio-oedeem' mogelijk: een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Als het ontstaat, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan. Stop bij allergische reacties meteen het gebruik en raadpleeg uw arts. U mag dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor risperidon. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.
  • Het intraoperatief 'floppy iris syndrome' (IFIS). Dit is een erg zeldzame afwijking aan het oog die een staaroperatie kan verstoren. Als u binnenkort een staaroperatie moet ondergaan, overleg dan met uw arts of het nodig is dat u het gebruik van risperidon tijdelijk stopzet.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Er bestaan veel verschillende soorten antipsychotica. Deze hebben wel dezelfde werking, maar verschillende bijwerkingpatronen. Mogelijk is een ander antipsychoticum geschikter voor u.

Kinderen

Over bijwerkingen bij kinderen is minder bekend dan bij volwassenen. Waarschijnlijk kunnen de bijwerkingen die bij volwassenen gemeld zijn, ook voorkomen bij kinderen.

Bijwerkingen waarvan bekend is dat ze bij kinderen kunnen voorkomen, zijn:

  • Sufheid, slaperigheid, duizeligheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij oplettendheid nodig is, zoals tijdens het fietsen, spelen, leren of op school.
  • Gewichtstoename, door meer eetlust en een veranderde stofwisseling. Raadpleeg de arts of een diëtist als uw kind hier veel last van heeft. Voordat uw kind met risperidon begint, zal de arts de bloeddruk, het gewicht en de lengte van uw kind opmeten. Vaak zal ook wat bloed afgenomen worden.
  • Vermoeidheid, slapte en draaierigheid.
  • Hoofdpijn. Raadpleeg de arts als uw kind hier veel last van heeft.
  • Maagdarmklachten, zoals brakendiarree en buikpijn. Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Meestal helpt het als uw kind het medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft uw kind er ook na enige dagen last van houden, neem dan contact op met de arts.
  • Droge mondverstopte neus en hoesten. Als uw kind veel last heeft van een droge mond kan hij de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes.
  • Trillenbewegingsstoornissen, zoals rusteloosheid (akathisie), plotselinge spiertrekkingen in hoofd, mond of gezicht (dystonie) en spierstijfheid (parkinsonisme).
    Akathisie kan zich ook uiten in niet stil kunnen zitten, wiebelen met voet of hand, onrustgevoelens. En parkinsonisme in trillen, moeite met bewegen, lopen of spreken.
    Door deze bijwerkingen kan uw kind ook spier- of gewrichtspijn krijgen. Sommige bewegingsstoornissen beginnen binnen enkele dagen na de eerste dosis of na een dosisverhoging. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, of pas na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen. Overleg met de arts als u bewegingsstoornissen merkt. Soms kan de arts de dosering verlagen of uw kind een ander medicijn voorschrijven waar hij minder last van krijgt. Ook zijn medicijnen mogelijk die de bewegingsstoornissen tegengaan.
    Er kunnen 'late bewegingsstoornissen' ontstaan (tardieve dyskinesie). U merkt ze in eerste instantie aan zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht. Of aan buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken.
    Raadpleeg de arts als uw kind last krijgt van deze verschijnselen.
    Als deze bijwerkingen ontstaan is dat meestal na langdurig gebruik (meerdere maanden). Soms komen ze pas aan het licht als uw kind met dit medicijn is gestopt. Na stoppen nemen de verschijnselen na verloop van tijd af, maar bij een deel van de mensen gaat deze bijwerking niet meer helemaal over.
    Raadpleeg de arts als uw kind al lijdt aan een bewegingsstoornis. De verschijnselen kunnen door dit medicijn verergeren. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
  • Borstvorming (bij jongens) en melkafscheiding. Raadpleeg de arts als uw kind hier veel last van heeft.
  • Bloedarmoede en een verhoogde kans op infecties. Deze bijwerkingen kunnen ontstaan als het lichaam minder rode en witte bloedcellen en minder bloedplaatjes aanmaakt. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met de arts.
  • Koorts. Het is niet bekend hoe vaak deze bijwerking voorkomt.
  • Bedplassen. Het is niet bekend hoe vaak deze bijwerking voorkomt.
  • Leverbeschadiging. Het is niet bekend hoe vaak deze bijwerking voorkomt. Verschijnselen hiervan zijn een gele verkleuring van het oogwit of de huid. Stop in deze gevallen met het gebruik en neem contact op met de arts.