X

IS EEN DNA-TEST IETS VOOR MIJ?

5 sterren in Apple en Google store

Doxepine

Doxepine is een antidepressivum dat behoort tot de zogeheten tricyclische antidepressiemiddelen (TCA’s). TCA’s remmen de heropname van de neurotransmitters serotonine en noradrenaline in de hersenen. Het zijn oudere, maar effectieve, middelen die minder selectief zijn dan modernere heropnameremmers zoals SSRI’s. Doxepine wordt voorgeschreven bij depressiviteit.

Doxepine en het nut van DNA-analyse

De snelheid waarmee doxepine in je lichaam wordt verwerkt, varieert per individu. Als gevolg hiervan zijn de effectiviteit en bijwerkingen van doxepine deels te voorspellen op basis van je genen. Dit wordt farmacogenetica genoemd.

Een preventieve farmacogenetische DNA-analyse kan daarom een belangrijk hulpmiddel zijn bij het optimaliseren van je medicatie.

Doxepine en het enzym CYP2D6

Doxepine wordt in belangrijke mate verwerkt door het enzym CYP2D6.

In eerste instantie wordt doxepine omgezet (gedemethyleerd) door het enzym CYP2C19 naar een andere actieve stof. Bij deze stap zijn, in mindere mate, ook de enzymen CYP1A2, CYP2C9 en CYP3A4 betrokken. Na deze activatie-stap volgt een verdere omzetting (hydroxylering) door het enzym CYP2D6 tot minder actieve componenten.

Afhankelijk van je genetische aanleg kan de activiteit van de betrokken enzymen behoorlijk variëren, waardoor ook de werkzaamheid van doxepine van persoon tot persoon kan verschillen. Informatie over jouw genetische aanleg kan daarom reden zijn voor extra waakzaamheid met betrekking tot een behandeling met doxepine.

Meer lezen over CYP2D6-enzym »

Mogelijke bijwerkingen

Of er bijwerkingen optreden, en in welke mate, hangt af van hoeveel en hoe lang u dit middel gaat gebruiken. Bovendien zullen bijwerkingen niet bij iedereen optreden, maar alleen bij personen die daarvoor gevoelig zijn.

De meeste bijwerkingen zijn in de eerste week het meest uitgesproken en nemen daarna af of verdwijnen zelfs. Ze gaan weer over als u met het middel stopt.

Sommige aandoeningen kunnen door doxepine verergeren. Neem daarom in elk geval contact op met uw arts als u lijdt aan: hartkramp (angina pectoris), hartritmestoornissen, verhoogde oogboldruk (glaucoom), epilepsie en een vergrote prostaat.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Regelmatig (bij meer dan 30 op de 100 mensen)

  • Sufheid, slaperigheid, een verminderd reactievermogen en wazig zien. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij uw oplettendheid erg nodig is, zoals autorijden, het beklimmen van een ladder of het bewaken van processen op het werk. Onderneem geen risicovolle activiteiten, zeker niet de eerste twee weken van de behandeling als u nog aan het middel moet wennen.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Misselijkheid en braken, vooral als u begint met dit middel. Mogelijk helpt het om dit middel op een volle maag in te nemen.
  • Duizeligheid, vooral bij het opstaan. Dit kan het gevolg zijn van een lagere bloeddruk. In het algemeen gaat de duizeligheid in enkele dagen tot weken over als uw lichaam zich heeft ingesteld op de lagere bloeddruk. Mensen met hartfalen kunnen hier meer last van hebben. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt het beste even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, overleg dan met uw arts.
  • Trillende handen, rusteloze benen, spiertrekkingen en veel zweten.
  • Prikkelbaarheid, verwardheid en slapeloosheid.
  • Na enkele maanden gewichtstoename. Let daarom goed op wat en hoeveel u eet. Vraag uw huisarts om een verwijzing naar een diëtist als u te veel aankomt.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Droge mond, doordat u minder speeksel aanmaakt. Als u in het begin van de behandeling veel last heeft van een droge mond kunt u de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes. Door de droge mond ontstaan sneller gaatjes in uw gebit en ontstekingen van het slijmvlies van de mondholte. Poets en flos extra goed als u merkt dat u last blijft houden van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker controleren.
  • Verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel. Neem contact op met uw arts als u veel last blijft houden van verstopping.
  • Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit middel vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond. Mogelijk is een ander middel geschikter.
  • Hartkloppingen. Dit kan bij mensen met hartkramp (angina pectoris) een aanval uitlokken van pijn op de borst bij inspanning. Overleg hierover met uw arts.
  • Hartaandoeningen, zoals meer kans op een hartaanval. De kans hierop is groter bij mensen die in het verleden een hartaanval hebben gehad. Waarschuw uw arts, als u plotseling pijn op de borst krijgt. Heeft u kort geleden een hartaanval gehad? Dan mag u dit middel niet gebruiken. Overleg hierover met uw arts.
    Hartritmestoornissen. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Vooral mensen met de aangeboren vorm van de hartritmestoornis verlengd QT-interval hebben hier meer kans op. Gebruik dit medicijn NIET als u deze aangeboren hartritmestoornis heeft.
  • Mensen met het Brugada-syndroom, een erfelijke hartaandoening, hebben mogelijk een grotere kans op hartritmestoornissen. Overleg met uw arts. Mogelijk kunt u overstappen op een ander middel. Als u dit middel toch moet gebruiken, zal uw arts u extra onder controleren.
  • Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite met plassen heeft door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt. Mogelijk is een ander medicijn geschikter voor u.
  • Oorsuizenwazig zien en verhoogde oogboldruk (glaucoom).
  • Overgevoeligheid voor dit middel. Dit merkt u aan jeuk en huiduitslag. Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts. Geef aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor doxepine. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u het middel niet opnieuw krijgt.
  • Borstvorming (bij mannen), melkafscheiding. Dit verdwijnt weer als u stopt met het gebruik.
  • Bloed- of leverafwijkingen. U kunt dit merken aan onverklaarbare koorts, keelpijn, blauwe plekken of een gele verkleuring van het oogwit. Staak dan het gebruik en waarschuw uw arts.
  • Mensen met epilepsie lopen een grotere kans op een epileptische aanval.
  • Toename van depressieve gedachten of gedachten aan zelfmoord. Neem contact met uw arts op als depressieve gevoelens juist toenemen of verergeren. Jongeren onder de 18 jaar hebben meer kans op deze bijwerkingen.
  • Minder of soms juist meer zin in vrijen. Bij mannen: moeilijker krijgen van een erectie en zaadlozing. Bij vrouwen: moeilijker krijgen van een orgasme.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van een van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart, waar u zich zorgen over maakt.